De geschiedenis van het 6de Linieregiment.

Op 4 maart 1814 werden er, door het geallieerde leger van de Coalitie der Naties; ook " het leger van het Noorden" genoemd, 4 infanterieregimenten gevormd. Deze stonden onder leiding van de Zweedse kroonprins. Hieronder bevond zich het 7de Infanteriebataljon. Het 7de onderscheide zich van anderen door haar succesvolle campagne in Quatre-Bras en haar deelname aan de Slag om Waterloo (aan Britse zijde) in 1815. Onder Nederlands bewind besloot men de regimenten op te delen in "Infanterie" afdelingen. In 1817 zou het 7de bataljon samengevoegd worden met het 30ste, 31ste en 32ste bataljon. Hun nationale militie depot bevond zich in Brugge, vandaar dat de nieuw gevormde afdeling "Regiment van Brugge" genoemd werd.

Na zware gevechten met de Nederlanders tijdens de Belgische onafhankelijkheidsoorlog, verklaarde het voorlopig Belgisch bewind dat de benaming "afdeling" vervangen moest worden met "Regiment". Bijna alle manschappen in dit nieuwe regiment waren afkomstig uit de streek van Brugge, Oostende, Veurne en Ieper. Op 25 november 1830 werd er besloten dat het "regiment van Brugge" voortaan 6de Linieregiment zou genoemd worden.

In de periode van 1830 tot 1839 waren er veel gewapende spanningen tussen België en Nederland. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht ( 2 tot 12 augustus 1831) was de eenheid belast met het bewaken van de Belgische grens tegen eventuele Nederlandse aanvallen vanuit de provincie Zeeland. Pas in 1839 werd er een vredesverdrag getekend.


Een periode van herstructurering brak aan. Het regiment verhuisde van Brugge naar Diest, Bouwel, en Schilde. In 1835 verhuisde het regiment naar de "Heide van Beverlo", tegenwoordig beter bekend als het kamp van Beverlo. Dit gebeurde samen met het 3de, 5de en 12de Linieregiment. In 1844 werden ze opnieuw in Brugge gekazerneerd. In 1845 verhuisden ze van West-Vlaanderen naar Aarlen. De 4 bataljons werden verdeeld over Aarlen, Bouillon, Hasselt en Luik. In dat zelfde jaar verhuisden ze naar Luik en Charleroi, de bataljons werden opnieuw verdeeld en lagen in Bouillon, Charleroi en Ath en hadden hun depot in Mechelen. Het depot zou tot 1880 in Mechelen blijven terwijl de rest van het regiment door België reisde. Ze hadden hun kantonnementen in 1860 in Charleroi, in 1862 in Dinant, Aarlen en Namen, in 1864 in Ieper, Kortijk en Menen en in 1865 Mechelen en Antwerpen.

In 1864 zou het 6de Linieregiment zich verdienstelijk maken in de campagne in Mexico.

In 1870 stond het 6de linieregiment paraat voor elke vijandelijkheid tijdens de Frans-Pruisische oorlog. Naast een lange trainingsperiode in Beverlo bleef hun taak echter beperkt. Vanaf 1870 was de kazerne gelegen in Berchem. Dit zou, in tegenstelling tot het vele verhuis in de vorige jaren, nog lang zo blijven.

In de periode tussen 1870 en 1914 werd de legerstructuur aangepast en gebeurden er hervormingen: het regiment werd schematisch anders ingedeeld.

In deze periode waren ook in België de Europese spanningen voelbaar, men bereide zich voor op oorlog. In tussentijd hield het 6de zich bezig met de bouw en garnizoenering van een deel van de versterkte stelling van Antwerpen.


De Eerste Wereldoorlog

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Het regiment werd geplaatst in de vierkantige sector van Leuven-Tienen-Waver-Perez. Ze raakten slaags met de Duitsers in Aarschot en Werchter. De Duitsers bleken te sterk en het regiment kreeg het verontrustend bericht dat zich een Duitse cavalerie eenheid boven Tienen bevond. Om een insluiting te voorkomen trok het regiment zich terug naar de Vesting Antwerpen. Ze trokken zich terug langs Binkom, Leuven en Werchter. Enkele malen werden ze aangevallen door vijandelijke infanterie en artillerie, ze wisten zelf 1 keer aan een omsingeling te ontkomen. Op 9 oktober 1914 was Antwerpen met haar vele forten en versterkingen onhoudbaar geworden. De verschillende linieregimenten en gemengde brigades die zich nog in Antwerpen bevonden begonnen aan een terugtocht naar het westen. Ze gingen te voet naar Eeklo en stapten daar op de trein naar Veurne. De slag aan de Ijzer stond op het punt te beginnen. Iedereen was nog niet eens aangekomen in Veurne of er werden al contacten met vijandelijke voorhoedes gemeld in de buurt van Nieuwpoort. Rond 22 oktober lag het 6de linieregiment in Ramskapelle. Iedereen was er zich van bewust hoe strategisch belangrijk Ramskapelle wel was. De Belgen hielden samen met de Fransen stand tegen de vele Duitse aanvallen. Het dorp en de omgeving van Ramskapelle onderging de vele frontale stormaanvallen en artilleriebeschietingen. Alles werd tot puin herleid.

Gedurende de periode van 1914 tot 1916 hielden ze zich bezig met het bezetten van de frontlijn en het bouwen van bunkers. Op 19 januari gingen ze op rust in De Panne. Het was in deze periode dat het volledige regiment haar nieuwe uitrusting en uniformen kreeg. Na een welverdiende rustperiode verhuisden ze in 1917 naar de sector van Diksmuide. Ze bezette er weer de frontlijn en hielden zich bezig met het afluisteren van de vijand. De streek was volledig onder water gezet en bleek dus vrij rustig. De maanden gingen vervelend traag voorbij.

In 1918 was het zover! Het bevrijdingsoffensief was op gang gekomen. Samen met de Fransen en Britten, waren de Belgen begonnen met het terugdrijven van de Duitse bezetters. Ze kwamen in de dorpen Zonnebeke, Ramskapelle, Moorslede, Diksmuide en Oostrozebeke. Stuk voor stuk werden het zware gevechten waar verschillende tientallen doden en gewonden vielen.

Op 18 oktober 1918 zette ze hun opmars in naar de Leie. Hun laatste actie in 14-18 gebeurde in de buurt van Oostkamp. Een grote aanval werd uitgevoerd op het kanaal van Schipdonk. De aanval mislukte echter volledig. Hierna loste het 6de Linieregiment stukken van de 3de infanteriedivisie af in de buurt van Zomergem-Daalmen. In de nacht van 1 op 2 november 1918 trokken de Duitsers zich volop terug. Het regiment rukte op door het dorp van Waarschoot, waar ze toegejuicht werden door de bevolking. Op 3 november namen ze Berrent in. De opmars ging door Meerbeke en Hoeksken. Op 5 november was Terdonk aan de beurt.

Van 6 tot 11 november vormde het 6de Linieregiment de reserve van de 2de infanteriedivisie, waar ze deel van uitmaakte. Op 15 november kwam het bevel dat ze het terrein tussen het kanaal Gent-Terneuzen en de Schelde moesten bewaken. Op 20 november moesten ze terugkeren naar hun kazerne in Antwerpen.

De Eerste wereldoorlog koste aan het 6de Linieregiment alleen 332 gesneuvelden, 1791 gewonden en 774 vermisten. Op het regimentsvaandel kwamen de opschriften: YZER, OOST-ROZEBEKE, RAMSCAPELLE, ANTWERPEN en VELDTOCHT 1914 - 1918 te staan.


Het Interbellum

In het interbellum had het 6de Linieregiment de taak eerst het Rijnland te bezetten. Daarna volgde het Ruhrland. In 1930 vierde het 6de, samen met het hele Belgische leger, het eeuwfeest: het 100-jarig bestaan van België. In 1929 was er een economische crisis in België. De werkloosheid sloeg toe. Om dit tegen te gaan werd het Albert-kanaal uitgegraven en stak men veel tijd, geld en moeite in het uitbouwen van nieuwe versterkingen. Er werden 3 nieuwe forten gebouwd ( Neufchateau, Battice en Tancrémont) in 1932 werd de eerste steen van het fort van Eben-Emael gelegd. Het kostte België 10 miljoen Frank om de oostgrens te voorzien van weerstandsbunkers. Nog eens 700 miljoen was nodig om de tête de pont Gand (TPG) op te richten.

In 1935 en 1936 werd het materiaal gemoderniseerd. Het 6de kreeg haar nieuwe uniformen en wapens. In 1936 werd eveneens het Belgische verdedigingsplan herzien. in 1937 bezochten veel militairen de haven van Antwerpen, aangezien daar een bijeenkomst was gepland voor grote oorlogsbodems van over de hele wereld.

In 1938 volgde de eerste Mobilisatie. De spanningen die Duitsland creeërde, waren opnieuw voelbaar. Een versterkte oorlogsvoet werd verklaard. 5 militieklassen werden opgeroepen om zij aan zij met de beroepsmilitairen van oa. het 6de linie te staan. 42 dagen later werden de miliciens op onbepaald verlof gestuurd.

In 1939 was het een periode van grote onrust. Iedereen wist wat Duitsland min of meer van plan was, maar wist niet wanneer dit zou gebeuren. La Drôle de Guerre... Het 6de werd verschillende keren op training gestuurd in het kamp van Beverlo. Ze moesten ook trainen in Waterloo, Hemiksem, Oost-Duinkerken en Luik. Ze moesten tevens voorbereidende werken uitvoeren aan de KW-linie en aan de Position Fortifié in Luik (PFL). Op 30 maart 1940 moet het 6de Linieregiment op training naar Leopoldsburgs. Ze houden even halt in Herentals.

De Tweede Wereldoorlog: 10 mei-28 mei

Op 10 mei 1940 bevond het 6de Linieregiment zich in Luik, ook gekend als de "Position Fortifié de Liège". Om 01u30 werd er alarm geblazen. De dag voordien werden er veel verloven uitgedeeld. Terwijl de verlofgangers in Antwerpen zich naar Luik terug repten, werd het vliegveld van Deurne om 5 uur gebombeerd. De soldaten die toch in Luik aanwezig waren, begonnen aan de voorbereidingen voor een mogelijke aftocht.

Het 3de bataljon sloot alle C-elementen op de wegen en voerde 2 voorbereide vernielingen uit op belangrijke toegangswegen naar Luik. Er werden ook betonblokken gekanteld over de banen om de weg te versperren. Om 22u30 kregen de 3 bataljons van het 6de bevel zich klaar te maken voor een verplaatsing naar het Westen. Ze zouden met al het zware materiaal op treinen gezet worden.

Het 3de bataljon mocht om 02u30, 11 mei op de bussen stappen aan kilometerpaal 5 op de baan Jemeppe-Bierset. De paarden en karren werden ingeladen in het station van Jemeppe. De telefoonlijnen werden opgerold, het kampement afgebroken. De compagnies kregen hun verzamelplaatsen toegewezen. De C47 kanonnen en 76mm mortieren werden klaargemaakt voor vertrek.

Om 5u op 11 mei kwam het III bataljon van het 6de linieregiment aan in Hollogne-Aux-Pierres met al het materiaal. Om 6u vertrokken ze opnieuw. Ze verlieten Luik op het moment dat het vliegveld van Bierset-Awans gebombardeerd word. Ze reden in legervrachtwagens langs Noville, Hannuit, Tienen en Leuven. 2 keer overvlogen de Duitsers de colonne. Er vielen geen doden of gekwetsten. Ondertussen reed het materiaal, de paarden en de karren in de trein over de spoorweg Luik-Leuven. In Ans werd de trein zwaar beschadigd door een luchtaanval. Het meeste materiaal werd door de Belgen vernield en achtergelaten. Het 6de was vanaf nu het grootste deel van haar materiaal kwijt.

Om 12u stapte het 3de bataljon af in Boortmeerbeek. Ze zetten onmiddellijk hun mars in naar Rijmenam. Iedereen was moe en hongerig. Het was stralend weer en de zon brandde hevig, de zware capotejassen mochten echter niet uit, noch open... Niemand wist dat op dit exacte moment het sterkste Belgische Fort, dat van Eben-Emael, zich had overgegeven...

De mars was lang en zwaar, ze werden gelukkig niet aangevallen door vliegtuigen. Eenmaal in Rijmenam (een deel van de KW-linie) moesten ze in eerste echelon plaatsnemen aan de rechterkant van het 2de bataljon. Ze losten de mannen van het I/1 jagers te voet af. Van 12 tot 13 mei verbleven ze in Rijmenam. De mannen kregen er niet veel tijd te rusten: de C-elementen moesten gesloten worden en de wegen moesten opgeblazen worden. Het nieuws raakte bekend dat het 1ste Bataljon van het 6de verloren gegaan was: grotendeels gevanggenomen en gesneuveld in Ans toen de trein gebombardeerd werd. Dit had een enorme terugslag op het moreel van de troepen.

De 13de compagnie van het 6de probeerde een gewaagde raid uit te voeren op het station van Ans, om mogelijke overlevenden te redden en wat bruikbaar materiaal mee te nemen. De aanval liep echter volledig vast aangezien de Duitsers er al aanwezig waren.

Het 3de bataljon vertrok op 16 mei uit Rijmenam richting Keerbergen. Ze namen er de plaats in van het 3de regiment jagers te voet. De stellingen in Keerbergen waren oppervlakkig. Enkel de C-elementen en kazematten waren aanwezig. Het III/6 breide de stellingen verder uit. Ze legden loopgraven, schuttersputten aan en rolden prikkeldraad uit. Het III/6 bewaakte een opening in de muur C-elementen, waarlangs achtergebleven eenheiden en gemengde groepen van allerlei eenheden alsnog hun regimenten probeerden te bereiken.

Op 14 mei werd er munitie uitgedeeld en konden de mannen een beetje rusten en slaap inhalen.

In de ochtend van 16 mei werd Keerbergen zwaar beschoten door artillerie. Het bleek echter om Belgische obussen te gaan die te kort vielen. Een obus viel middenin een FM-mitrailleursnest: 4 soldaten sneuvelden en er waren 4 zwaar gewonden, de FM was onbruikbaar. In de namiddag probeerden een 6-tal Duitsers door de C-elementen (die intussen gesloten waren) te infiltreren, ze werden opgemerkt en de FM's openden het vuur: 3 Duitsers sneuvelden, de anderen riepen versterking. Deze kwamen aangesneld met MG34's. Er ontstond een hevig vuurgevecht waarbij Sergeant Verscheuren sneuvelde en enkele Belgen gewond raakten. Ook sneuvelden er enkele Duitse soldaten.

In de late namiddag kreeg het 6de het bevel zich in 3 nachtmarsen naar te Gent te begeven. Al dat werk in Rijmenam voor niets. Om 20u30 verliet men de stelling om ze over te laten aan een escadron Wielrijders. De mars ging langs Hofstade, Zemst en Laar. De laatste elementen van het 6de die de achterhoede vormden, hadden om 23u05 nog zwaar contact gehad met de Duitsers. Het 36 linie (het tweede reserve regiment van het 6de) was ondertussen in zeer hevige gevechten verwikkeld met de Duiters in Lummen. De stellingen werden aangevallen met Minenwerfers 34 en zware artillerie. De Belgen leden hier zware verliezen maar gaven de stelling niet op. Na 36 uur en evenveel doden moest het 36ste terugtrekken in de richting van Mechelen.

In de vroege namiddag van 17 mei kwam het 3de bataljon aan in zijn eerste rustzone te Nieuwenrode. Om 16 uur opende de Duitse artillerie het vuur van achter het kanaal. De Duitsers waren bij Humbeek over het kanaal geraakt en het schieten bleef aanhouden. Het kantonnement in Nieuwenrode werd ontruimt om 20 uur. Het bataljon trok verder naar het vertrekpunt voor de tweede etappe van de mars: Nerom. Nauwelijks was het IIIde uit Nieuwenrode of het kantonnement van het bataljon werd meermaals geraakt. Ze waren door het oog van naald gekropen.

Om 23 uur werd de mars ingezet naar Mespelaar. Het 3de bataljon trok door Wolvertem, Merchtem, Wieze en Gijzegem. In Gijzegem werd de Dender overgestoken. Het 2de bataljon volgde dezelfde weg 3 kwartier later.

Om 09u30 kwam het 3de bataljon aan in Mespelaar. Het dorp zat vol Ardeense Jagers die als opdracht hadden de Dender te beschermen en elke Duitse overschrijding te verhinderen. Opnieuw opende de Duitse artillerie het vuur van achter de Dender. Het 3de bataljon dat in en rond het dorp kantoneert werd verschillende keren geraakt en er vielen enkele gewonden.


De slag om Gijzenzele

Om 17 uur kreeg het 6de linieregiment het bevel zich verder te bewegen naar Gijzenzele. De tocht ging door Gijzegem, Lede en Smetlede. Na een zware tocht kwamen op 19 mei om 4 uur elementen van het 3de bataljon toe in Gijzenzele. Er waren veel achterblijvers. De tijdelijke balans van de voorbije dagen werd opgemaakt: 1/4 van de FM mitrailleurs was buiten gebruik. Al het zwaar materiaal was op de trein in Ans verloren gegaan. Het 1ste bataljon bestond sinds 15 mei niet meer omdat ze waren gevangengenomen of gedetacheerd waren aan het 28ste Linieregiment. Alle transportvoertuigen en de meeste veldkeukens waren achtergelaten. Men behielp zich met boerenkarren. Het III bestond nog maar uit 600 man en er was geen munitie of voedsel in overschot. Het grootste deel van het 2de bataljon en enkele compagnieën van het 3de waren nog onderweg. De laatste keer dat het bataljon bevooraadt geweest was, was in Keerbergen-Werchter. In de verte zag men de haven van Gent branden...

Ze kregen bij hun aankomst onmiddellijk een plaats toegewezen in de stellingen van de "Tête de pont Gand". Het 6de moest de ondersector van Gijzenzele-Betsberg beschermen. De 2 overgebleven bataljons van het 6de stonden er zeer slecht voor. Er waren geen 76mm mortieren meer, vele C47 kanonnen ontbraken, 12 vrachtwagens, 13 moto's, 48 fietsen, alle paarden en karren, 8 veldkeukens, 14 caissons FM mitrailleurs, 8 caissons mortieren, 25 FM's, 150 geweren, 17 DBT granaatwerpers en 65 pistolen waren verloren gegaan. Om maar niet te spreken over de tientallen doden en gewonden. Het te beschermen terrein was slechts gedeeldtelijk verkend en er was geen barrière van C-elementen of andere obstakels. Niets stond tussen de Duitsers en hun eigen stellingen...

Het 3de bataljon lag op 200 meter van de Halve maan bossen en op 300 meter van de oude molen van Gijzenzele. Om 11uur was de hele opstelling bezet. Enkele mitrailleurs en C47 kanonnen waren op strategische plaatsen opgesteld. Tijdens de rest van de dag werden de stellingen uitgebreid en verbeterd.

De voormiddag van 20 mei was rustig. Om 09u30 echter verscheen een Duitse verkenningsmotor aan de Belgische voorpost P1. Deze reed op een mijn en ontplofte onmiddellijk. De gevonden Duitse papieren en wapens werden aan het hoofdkwartier van het 6de afgegeven. Om 12u30 werden er 8 vijandelijke side-cars gemeld bij post P2. De Belgen vluchtte weg en P2 was onmiddellijk in Duitse handen.

Om 14 uur werd Gijzenzele zwaar door Duits artillerievuur beschoten. Op het zelfde moment legden de Duitsers een dicht rookgordijn ter hoogte van de baan Oosterzele-Wetteren en vielen ze de bunkers AV 11 en AV 10 aan met vlammenwerpers. De soldaten in AV11 werden gedood of gevangengenomen. De gevechtsgroep in AV10 kon zich vrij vechten en het hoofdkwartier terug bereiken.

De vijand drong door in de stelling van het kleine bos. De waarnemers van het 3de bataljon konden de Duitse batterijen lokaliseren en vroegen om onmiddellijke artilleriesteun. De Belgen schoten snel en nauwkeurig: de Duitsers verlieten het kleine bos en moesten hun batterijen noodgedwongen verplaatsen.

Er werden in de avond en 's nachts patrouilles gelopen die steeds op hevig vuur stoten vanuit het Halve maan bos. Om 20u30 voerde een Belgische sectie een aaval uit maar keerde met 4 gewonden terug. De Duitsers hadden zichte goed ingegraven en schoten onophoudelijk met Minenwerfers 34. Gijzenzele werd gedurende heel de nacht verlicht door seinpatronen en lichtgranaten. Deze maakten een vreemde schaduw in de verlaten straten van het spookdorp.

Om 8 uur werd een aanval ingezet om het bos te zuiveren en de 2 bunkers weer in te nemen. Door het gebruik van Belgische DBT granaatwerpers werd het bos gezuiverd en de bunker aan het kleine bos weer ingenomen. Het 25ste Duitse Infantrieregiment sloeg op de vlucht en liet een 15-tal doden achter. Duitse wapens werden maar al te graag buitgemaakt. Het zwaar gehavende 6de was er niet alleen in geslaagd de numeriek superieure en beter uitgeruste Duitse Wehrmacht tegen te houden, maar kon ze zelf terugdrijven. Hoewel de munitie schaars was en er veel gewonden waren, lag het moreel vrij hoog. De vreugde was van korte duur...

Om 11u30 had de vijand zich gehergroepeerd en voerden ze een zware tegenaanval uit. Ze verplichtten de verdedigers van het kleine bos hun stellingen te ontruimen door een omtrekkende beweging te maken. Het bos was opnieuw in Duitse handen.

Om 13u15 opende de Duitse artillerie massaal het vuur. Het dorp van Gijzenzele werd in salvo's van 3 schoten beschoten. De gefrustreerde Duitsers hadden intussen ook hulp ingeroepen: de "Stuka" duikbommenwerpers voerden moordende duikvluchten uit op het 3de bataljon. De verliezen waren enorm groot. De commandopost van het bataljon kreeg een voltreffer en er vielen 3 doden en evenveel gewonden. De telefoonverbindingen waren verbroken en overal lagen doden en gekwetsten. Deze beschieting luidde het begin van een massale Duitse infanterie aanval in. Majoor Deprets vroeg een Belgisch artillerievuur te richten op het kleine bos. De salvo's vielen te midden van de oprukkende Duitsers. Ze waren totaal verrast maar rukten verder op. Ze stoote op een ondoordringbare muur van Belgische kogels. De Duitsers vluchtte en trokken hun gekwetsten terug mee naar het bos.

Verder op het front voerden de Duitsers een even onsuccesvolle aanval uit. Het Belgisch leger bewees in deze sector wat ze waard was. Bijna munitieloos en totaal uitgeput bleef het ABBL stand houden. De Duitsers stonden verstomd. Het was militair gezien niet mogelijk om nog weerstand te bieden. Hun verbazing nam nog toe toen ze de Belgen een succesvolle bajonetcharge zagen doen in het Halve maan bos...

Om 14uur werd de zuidrand en het centrum van Gijzenzele weer zwaar beschoten door artillerie. Er vielen 5 doden en 10 gekwetsten. De vijand viel opnieuw aan maar stootte op het 3de bataljon en kreeg geen greep op de situatie.

Plots doken er Duitse MG34 ploegen op aan de noordrand van Gijzenzele, ze schoten vanuit een bos bij Langemunte. Om 17uur vielen de Duitsers vanuit het noorden aan, de mannen van het 28ste verlieten hun stellingen om zich even verder weer in te graven. Er werd steun aangevraagd om het gat te dichten.

Om 18 uur hernamen de Duitsers hun aanval op het dorp weer. Het 3de bataljon ontving 2 T-13 tanks. (waarvan later 1 op een Belgische mijn zou lopen in Eedwijk.) De Duitsers infiltreerden via de noorderrand van het dorp, ze gebruikten sluipschutters. De compagnies werden in de loop van de avond heropgesteld om een hechter front te creeëren. De nacht viel. Alles bleef rustig. Het slagveld werd opnieuw belicht door de vele seinpatronen. Vandaag telde het 3de bataljon 29 gesneuvelden en 85 gewonden. Er kwamen kleine groepen versterkingen aan. De Belgen hadden voor vandaag hun doelstellingen kunnen waarmaken.

22 mei brak aan. Een massale, 10 minuten, durende Belgische artilleriebeschieting viel op het kleine bos. Overal lagen de Duitse lijken van het 152 Infantrie Regiment. Er werd informatie verzamelt en de nieuwe stellingen werden ingenomen. Het 6de was er opnieuw in geslaagd de Duitsers terug te drijven. De rest van de dag bleef rustig. Aan het einde van de dag telt het 3de bataljon 150 slachtoffers. Bij de Duitsers was de situatie niet beter. Volledige Duitse regimenten werden van het front gehaald en vervangen door andere. Een luxe die de Belgen niet hadden.


De laatste dagen

Op andere plaatsen in België waren de Duitsers door het front gebroken en moest het 6de linieregiment Gijzenzele dringend ontruimen om een omsingeling te voorkomen. Ze lieten wel duidelijk merken dat zijzelf het niet nodig vonden om Gijzenzele te verlaten. Zij hadden stand gehouden! Van 22 tot 24 uur vertrok het regiment uit Gijzenzele. De Duitsers schoten ondertussen nog met zware artillerie naar het dorp. Vele huizen brandden maar er was niemand meer om ze te blussen...

Het 6de trok verder richting Eke en Nevele. In Nevele kregen ze hun nieuwe opdracht, ze moesten een nieuwe verdedingingslijn vormen op de as Hamme-Hansbeek. De stellingen werden uitgegraven en bezet. 23 mei eindigde voor de manschappen in mineur: er was geen voedsel en bijna geen water meer, de munitie raakte op en de Duitsers naderden weer. 24 mei was een dag van rustige verkenning en verdere uitbouw van de stelling. Op 25 mei werd het regiment opnieuw gebombardeerd door Stuka's. Er vielen 3 doden en 3 gewonden. Op 26 mei onderging ze weer een luchtaanval: 1 dode en 8 gekwetsten werden op de hulppost binnengebracht. In de voormiddag van de 27ste mei gebeurde er niets, in de avond echter kregen ze het bevel zich terug te trekken naar het afleidingskanaal van de Leie en vervolgens naar Aalter.

Om 19uur werd de kolonne aangevallen door Heinkel 111's. Deze strooiden demoraliserende pamfletten uit maar ook enkele lichte bommen. Er vielen 2 doden en 22 gewonden. Eenmaal in Maria-Aalter probeerde het 6de zich zo goed mogelijk te organiseren en een kantonemment op te zetten.

Op 28 mei was het regiment opnieuw op stap en bevond ze zich in Beekhoek. Men wou het dorp doorkruisen, maar het centrum werd beschoten door vijandelijke artillerie. Het dorp werd ontweken door een omtrekkende beweging maar de kolonne wordt opgemerkt en beschoten. Er vielen enkele lichtgewonden. De terugtocht van het 3de bataljon eindigde in Rijsberge ten westen van Ruddervoorde-Wingene. Hier vernamen ze dat België gecapituleerd had. Het nieuws was niet volledig onverwacht maar deed toch wel tranen vloeien. Ze organiseerden zich gedisciplineerd om te wachten op een zekere gevangenschap.

Bron: "De geschiedenis van het 6 Linieregiment, Manu Cammaert"